Toegelaten maximumsnelheden
De basissnelheden voor een personenwagen in Vlaanderen.
Regel
In Vlaanderen geldt voor een personenwagen: 50 km/u binnen de bebouwde kom, 70 km/u op gewone wegen buiten de bebouwde kom, 120 km/u op autosnelwegen en 120 km/u op wegen met minstens twee rijstroken in elke richting, gescheiden door een middenberm.
Wat betekent dit?
Een bord of een zone kan de snelheid altijd lager (of soms hoger) leggen dan de basisregel. Het bord gaat dan voor.
Voorbeeld
Je rijdt op een gewestweg buiten de bebouwde kom zonder borden: 70 km/u. Passeer je een bord 90, dan mag je 90.
Let op
In een zone 30, een schoolomgeving, een woonerf (20 km/u) of een fietsstraat (30 km/u) gelden lagere snelheden. Een fout antwoord over de maximumsnelheid kost op het examen 5 punten.
Onthoud dit
Vlaanderen: 50 - 70 - 120, tenzij een bord iets anders zegt.
Bron: Wegcode art. 11 en Vlaams snelheidsbeleid (bebouwde kom 50, buiten bebouwde kom 70) · Vlaams Gewest, geldig sinds 2017 · gecontroleerd op 2026-08-24
Aangepaste snelheid
De toegelaten snelheid is een maximum, geen doel.
Regel
Je moet je snelheid altijd aanpassen aan de omstandigheden: verkeersdrukte, zicht, staat van de weg, weer en de toestand van je voertuig. Je moet kunnen stoppen voor een voorzienbaar obstakel.
Wat betekent dit?
Bij mist, regen of sneeuw rijd je trager dan de toegelaten maximumsnelheid, ook al staat er geen enkel bord.
Voorbeeld
Op de autosnelweg is het zicht door mist minder dan 100 meter. Dan mag je maximaal 50 km/u rijden.
Let op
Te traag rijden zonder reden is ook fout: je mag het verkeer niet abnormaal hinderen.
Onthoud dit
Zie je minder, rijd trager. Het maximum geldt enkel in normale omstandigheden.
Bron: Wegcode (KB 1 december 1975), art. 10 · KB 01/12/1975 (geconsolideerd) · gecontroleerd op 2026-08-24
Klaar om te oefenen?
Test meteen of je de regels van dit hoofdstuk beheerst.
