Oprijden, invoegen en verlaten
De autosnelweg vraagt een aparte routine.
Regel
Op de invoegstrook pas je je snelheid aan die van het verkeer op de autosnelweg en voeg je in zonder de andere bestuurders te hinderen. Het verkeer op de autosnelweg heeft voorrang.
Wat betekent dit?
Verlaten doe je via de uitvoegstrook: je gaat tijdig naar rechts, geeft richting aan en remt pas af op de uitvoegstrook zelf.
Voorbeeld
Op de autosnelweg is de minimumsnelheid op de linkerrijstrook in normale omstandigheden 70 km/u; je mag er niet keren, achteruitrijden of stoppen.
Let op
De pechstrook is geen rijstrook en geen parkeerplaats. Enkel bij noodgeval: zo ver mogelijk rechts, waarschuwingslichten aan, fluohesje aan, achter de vangrail wachten.
Onthoud dit
Invoegen = aanpassen aan het verkeer, niet omgekeerd.
Bron: Wegcode (KB 1 december 1975), art. 21 · KB 01/12/1975 (geconsolideerd) · gecontroleerd op 2026-08-24
Klaar om te oefenen?
Test meteen of je de regels van dit hoofdstuk beheerst.
